zondag 25 april 2010

“Overdag graffiti spuiten valt minder op”


GENT – Nu steeds meer steden in ons land zones afbakenen waar graffiti toegelaten wordt, kunnen creatievelingen ook overdag op pad. Nacht.Mag sprak met kunstenaar Bué, een oude rot in het vak die van zijn hobby – bijna – zijn beroep heeft gemaakt.

In Gent kunnen graffitikunstenaars zich legaal uitleven in het Werregarenstraatje en onder het Keizerviaduct. Zo wordt een groot deel van de nachtelijke kant van graffiti verschoven naar het daglicht.

Maar niet alleen door de gedoogzones tonen street artists zich nu ook overdag. “’s Nachts lijk je sneller verdacht. Hoe meer je opvalt terwijl je aan het werk bent, hoe minder het opvalt eigenlijk.”

Ik sta aan de achterkant van grootwarenhuis Galeria Inno aan de Ajuinlei in Gent, en voor mij is street artist Bué druk aan het overleggen met een vriend. Het stukje muur waar ze heftig naar gesticuleren, en waar al een werk van Bué op staat, is aan vernieuwing toe.

“Als je overdag werkt, denken mensen dat je iets in opdracht doet, en dat je ervoor betaald wordt. Maar als je in het donker op pad gaat, vinden ze iemand met een spuitbus in de hand algauw verdacht en bellen ze de flikken.”

Niettemin is het kunstwerk waar Bué en zijn vriend Faif mee bezig zijn, perfect legaal. Bué mag een twintigtal muren in het centrum van Gent beschilderen zoals hij dat zelf wil. Zijn lachende, kleurrijke figuurtjes zijn overal in de stad te bewonderen.

“Ik regel dat altijd rechtstreeks met de eigenaar. Ik werk niet meteen met het stadsbestuur.” “Omdat ik ook dingen doe die niet legaal zijn”, voegt hij er na even aarzelen aan toe.

Zelf trekt de 34-jarige kunstenaar in bijberoep er ’s nachts niet meer op uit. “Tussen 1 uur en halfvijf ’s morgens rijden er geen treinen en komen die op een bepaalde yard terecht. Wie dus treinen wil bespuiten, moet daar ’s nachts naar toe. Maar daar hou ik mij niet meer mee bezig.”

“Je hebt daar ook veel bij te verliezen”, gaat de Antwerpenaar door. “Ik krijg werk in wat ik doe. Mensen of bedrijven vragen mij om muurschilderingen te maken. We hebben zelfs onze eigen kinderkledinglijn. Waarom zou ik het ’s nachts illegaal doen, als ik het legaal ook kan? En dan moet ik niet snel snel iets afwerken.”

Geen vandaal

Ondertussen wordt er druk gespeculeerd over wie wat en vooral wanneer gaat doen, want hun tijd is beperkt. “Om 18 uur sluit de winkel en moeten we de ladders teruggeven”, legt Bué uit.

Faif kalkt de muur wit met een dikke laag latexverf. De Barcelonees – met stevig Spaans accent – vertoeft vier dagen in ons land om te schilderen. Bué ontmoette hem via internet, maar heeft ook veel internationale vrienden door reizen naar het buitenland.

“Elke keer ik genoeg geld heb, ben ik weg. In het buitenland krijg je weer waardering dan hier. Daarom ben ik ook maar artiest in bijberoep. Mijn andere job is affiches plakken. In België kan ik niet alleen van mijn kunst leven.”

Faif begint een tekening te schetsen die een banaan op een skateboard moet worden. Welke illegale activiteiten Bué dan wel nog onderneemt? “Meestal maak ik werken op vuile muren waar al veel tags (handtekeningen van graffitikunstenaars, red.) op staan. Maar dan wel in een goeie buurt waar veel mensen komen, zodat velen daar genot van kunnen hebben. Er zijn gasten die in verlaten panden en fabrieken gaan spuiten, maar dat vind ik zonde. Hun werken zijn dan alleen toegankelijk voor een bepaald publiek die weet waar ze zijn. Street art is street hé, dat is niet in een fabriek gaan staan waar niemand je ziet.”


Toch vindt Bué zichzelf geen vandaal. “Ik ga nooit op iemands voordeur schilderen. Als ik iets doe, wil ik er iets moois van maken. Ik wil dat mensen daar een goed gevoel bij hebben. Het stadsbestuur van Gent kent mij natuurlijk, maar ze laten mij doen. Ik ben geen vandaal, hé.”

Wie hij dan wel vandalen vindt? “Mensen die overal gaan taggen”, zegt hij met een vette e. “Ik heb dat ook nog gedaan toen ik jong was en debiel”, legt hij uit met een lachje, “maar je hebt daar niets aan. Je naam overal zien staan, dat gaat om je ego. Niets meer en niets minder.”

Tegenwoordig staat het publiek veel meer open voor graffiti dan vroeger het geval was. Daar is onder meer de gedoogzone in het Werregarenstraatje het perfecte voorbeeld van. Bué denkt er het zijne van.

“Da’s goed voor klein mannen, hé. Kunnen ze daar wat oefenen. En het is ook goed voor hun ouders, dat ze geen politie aan de deur krijgen. Maar mij zul je daar niet zo snel meer zien.”

Show en gimmick

Graffiti op de muren in legale zones blijft natuurlijk niet duren, zoals ik even later bemerk als ik door het smalle steegje wandel. Elke vierkante millimeter is er bedekt met verf, het ene kunstwerk al wat geslaagder dan het andere. Het is vechten voor een lege plek, en schilderingen worden snel overgespoten.

“Dat is normaal, graffiti blijft niet duren”, zegt Bué. “Vooral als dat een muur is voor iedereen. Maar moest dat op mijn muur zijn, dan zou ik daar niet altijd mee kunnen lachen.”

Vaak worden Bué’s kunstwerken niet weggehaald, wel worden ze dikwijls getagd door anderen. “Mijn muurschilderingen zal niemand overspuiten. Iedereen die iets kan in dit wereldje kent mij. Het gaat om respect. Maar je hebt altijd dwaze gastjes, natuurlijk. Soms lopen hier van die 18-jarige West-Vlamingen rond die op een paar treinen spuiten en dan denken dat ze ‘de man’ zijn en beter dan ik. Terwijl ik al spoot toen zij nog lucht waren”, lacht hij.

“Het is spijtig dat er vaak veel show en gimmick mee gepaard gaat. Bij mensen die wel in mijn flash zitten (op zijn niveau, red.), qua art en personality, is dat helemaal niet zo.”

Intussen heeft Faif naast zijn banaan al de beginselen van een roze regenboog en dito flatgebouwen klaar. Bué haalt een groene spuitbus uit een plastic zak en schetst iets wat op een paddestoel lijkt (maar later een van zijn typische figuurtjes blijkt te zijn, red.).

Niet alle collega’s zijn even blij met Bué’s – vrij – wettelijke aanpak. “Ik heb aan de Nederkouter een stuk waar iemand ‘illegal graffiti walls’ op geschreven heeft. Dat zijn gasten die het niet kunnen hebben dat mensen zoals ik legale dingen doen. Volgens hen is dat geen graffiti meer. Voor mij ook niet trouwens, dat zijn muurschilderingen. Er zijn trouwens maar weinig mensen die van inborst nog echt ‘graffiti’ zijn. En meestal gaat het dan om kerels die in een marginaal sfeerke zitten.”

Hij kijkt om zich heen en legt uit, “alles is relatief, natuurlijk. Buitenstaanders kunnen mij ook marginaal vinden als ik zo door de stad loop.” Hij wijst op zijn binnenstebuiten gekeerde trui en jeans met verfspetters. “Maar ik bedoel mensen die geen stap vooruit zetten in hun leven en in die sferen blijven zitten. Ik wil vooruitgaan.”

Slimme jongen

Of hij nog nooit problemen heeft gehad met de politie? “Nee, I’m a smart kid”, lacht hij. “En als je gepakt wordt, ligt dat meestal aan jezelf. Je moet er ten eerste voor zorgen dat ze tijdens een huiszoeking niks kunnen vinden. Dus geen foto’s op je computer, dat moet allemaal weg uit je huis. Maar ook als je op stap gaat zijn er regels. Als je nergens mee rekening houdt en niet om je heen kijkt, wordt je gepakt. Zelfs als er maar een iemand op straat loopt, is dat er een te veel. Zeker hier in Gent, waar er maar tien graffitispuiters zijn. In Mexico-Stad bijvoorbeeld zijn er een miljoen, daar beginnen ze er niet meer aan. Daar lopen ze te taggen en te spuiten terwijl er mensen voorbijlopen.”

Bué begon al op zijn vijftiende met graffiti, en is van plan om er nog een tijdje mee door te gaan. Zijn ultieme droom is een kinderspeelplein, of “een muurschildering in 3D” zoals hij het omschrijft.

Als ik hem vraag of er nog een muur is waar hij ooit nog zijn handtekening op wil zetten, kijkt hij stiekem naar de achterkant van de Apple-winkel even verder. Het grote roze logo van het computermerk kijkt er vanop een witte muur neer op de Leie. “Als je gewoon een tongetje in die opening tekent, en dan een oogje en twee beentjes, dan heb je al een character. Ja, ik zal dat nog wel doen.”

Dit artikel verscheen ook online in Nacht.Mag.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen